Tekenen met Ijzer - Emile Hollman - januari 2011

De Ritmes van Natascha Waeyen - Emile Hollman - maart 2008

 

Tekenen met ijzer


Een kunstenaar die al in haar prilste bestaan als zodanig besluit dat ze haar vrijheid niet zal laten inperken door lijsten en kaders, creëert voor zichzelf een interessant dilemma. “Is niet alle kunst voor boven de bank?”, luidde ooit de speelse provocatie van galeriehoudster Wanda Reiff die het werk van Natascha Waeyen in 2011 zal presenteren op het Plateau van Margraten. Maar wat nu als je in het morele statuut van je kunstenaarschap hebt gebeiteld dat je werk altijd sterk genoeg moet zijn om elke barrière, elke grens te slechten? Is dat een oorlogsverklaring aan de lijst?


Wie het werk van Natascha Waeyen volgt, heeft kunnen constateren dat zij de afgelopen jaren, en dan met name voor iedereen zichtbaar in Duitsland - meer bepaald in Bad Salzhausen (2009) en Herzogenrath (2010) - haar onderzoek naar het spel van licht en ruimte via installaties, veelal opgetrokken uit volièregaas, gestalte geeft. In Herzogenrath hing zij, achter het monumentale kasteel Burg Rode, hoog op de kasteelheuvel, gazen bannieren op. Waeyen maakte er heel duidelijk waar ze naar zoekt: een verscherpte blik, een ander perspectief, een nieuwe beleving van de openbare ruimte of zo je wil de wereld om je heen. Dit onder het motto dat het nooit kwaad kan om je eigen omgeving in een ander licht te zien, misschien kom je nog tot verrassende ontdekkingen.


In Bad Salzhausen, waar ze werd uitgenodigd voor een symposium en een tentoonstelling, presenteerde men haar opmerkelijk genoeg als beeldhouwer. Niettemin werd er nadrukkelijk bij gezegd dat Natascha Waeyen eigenlijk driedimensionale tekeningen maakt. Het moet haar deugd hebben gedaan dat men in haar installaties een tekenhand herkende. Een tekenaar tekent, met inkt of ijzer, dat is om het even. Tekenen is een constante in haar leven.
Haar spel van lijnen en ritmes, vaak in de vorm van opgelegde dan wel zelf geconstrueerde structuren in het materiaal, verlenen het licht altijd de doorgang en een schaduw. Het is maar hoe je kijkt. Een landschap heeft uiteindelijk ook een ritme. Niet dat zij aan een landschap denkt als ze schept, maar het werkt wel omgekeerd, bepaalde ritmes kunnen het beeld van een landschap oproepen. Natascha Waeyen spreekt van een spel met de letterlijke ruimte als het gaat om haar driedimensionale werk. Gaat het om haar ingelijste werk, kiest ze haar woorden subtieler: hier heeft ze het over spelen met de imaginaire ruimte; in een lijst moet je de ruimte verbeelden. Deze werken ontstaan ook steeds vaker in de marge, niet zelden uit restmateriaal als ze nieuwe vormen, nieuwe mogelijkheden uitprobeert. Vrijwel nooit besluit ze op voorhand om een ingelijst werk te maken. Vaak duurt het jaren eer ze ertoe besluit een werk in te lijsten.


Dat spelen overigens moeten we niet al te letterlijk opvatten, haar werk ontstaat uit een eindeloos en geduldig voortborduren, combineren en solderen. De kunstenaar is al doende gelukkig. Wat ze feitelijk doet, is de ruimte aan een onderzoek onderwerpen. Hoe kun je de alledaagse ruimte met kunstzinnige ingrepen op een andere manier zichtbaar maken? Met haar transparante gazen vormen heeft ze een manier gevonden om de publieke ruimte naar haar hand te zetten, in de kleine ruimte lijkt dat lastiger. Want wanneer je licht en ruimte vangt in een lijst, die dus begrenst, roep je een hele andere werkelijkheid op.


Haar werk ontstaat in haar atelier in Maastricht. Al op de kunstacademie tekende ze met draad. Ooit begon ze zoals veel andere collega’s met verf maar het bracht haar te veel kleur. Kleur is te moeilijk, kleur is opgelegd pandoer, kleur leidt af. Het is niet haar ding. Eerst verbande ze de kleur naar de achtergrond. Ze schilderde die bijvoorbeeld blauw en spande er een tekening van gaas overheen. Daarbij creëerde ze haar eigen ritmes door te spelen met verschillende maten van het vierkant. Of beschilderde zij het gaas en soldeerde er een soort huisjes van draad op, nog steeds tegen een blauwe achtergrond. Of schilderde zij dwars door haar ijzertekeningen heen. Ze besloot het eenvoudiger te houden, de werking van het licht, de subtiele werking van schaduw fascineren haar meer dan grote uitspraken in verf. In die zin voelt ze zich eerder schatplichtig aan de Franse monochromist Yves Klein dan aan de grote schilders met veel kleur op hun palet. Ze zoekt naar een intense, ruimtelijke ervaring.


Om de werking van schaduw te behouden plaatst ze haar gekaderde werk bijvoorbeeld tussen twee glasplaten, zodat dit loskomt van de lijst en de achterkant en zo de aard van het schilderij ontstijgt. Als je er langsloopt beweegt het, werkt het, functioneert het als een driedimensionale tekening. Je ziet dat ze aanvankelijk de structuur van het materiaal redelijk trouw bleef, ze speelde bijvoorbeeld alleen maar met het volume van de kubussen in het gaas, haar ingrepen bleven beheerst. Tegenwoordig legt ze het materiaal eerder haar wil op maar evengoed laat ze zich ook wel eens verleiden door de weerbarstigheid ervan en maakt ze pas op de plaats. Hoe dan ook, ze tekent in grijswaarden, speelt met diepte en glans en soldeert. Zo ontstaan soms heerlijk slordige druppels op het draad - unica die een volstrekt eigen handschrift vormen. Zoals ook alle geschilderde punten in haar installatie moNUment (een ritmische schildering op doek en geluid dat door een draaiorgel wordt geproduceerd) handgeschilderd en dus origineel zijn.


Het licht dat valt op haar tekeningen doet je soms denken aan het licht dat zilver wordt op de baren van de zee. Soms knipogen de ritmes naar de zinnen in een boek, hoewel niet zo straf in het gelid, waardoor de tekening als een bladzijde functioneert die je naar eigen goesting kunt lezen. Als de kunstenaar zelf een boek openslaat, ziet ze vaak geen letters maar tekens die samen beelden vormen. Haar werk gedijt natuurlijk niet alleen bij de gratie van het licht dat zij filtert door haar tekeningen of het spel van schaduw dat ze opwerpt. Ze kiest haar vormen en geeft ze betekenis door die in een context te plaatsen. Je kunt zien dat ze de lijst om het werk opzoekt, er een subtiel en geciviliseerd gevecht mee lijkt aan te gaan, met louter de bedoeling die lijst te ontkennen of in elk geval minder belangrijk te maken zodat de inhoud niet tot levenslang wordt veroordeeld.
Hoe doet ze dat dan? Bijvoorbeeld door haar tekeningen van reliëf te voorzien, door het gazen vlak in te knippen, rafelranden te dulden, het materiaal uiteen te trekken als was het tule – al gaat het nog steeds om ijzer.


Eigenlijk zijn de ingelijste draadtekeningen gestolde momenten in haar onderzoek. Samen geven ze iets prijs van de procesgang. Waeyen past er voor om een sleutel aan te reiken waarmee je haar werk kunt ontsluiten. Het zou haar een lief ding waard zijn om de sleutel überhaupt overbodig te maken, “zoals je ook geen sleutel nodig hebt om te begrijpen wat een paard is.”

Emile Hollman - januari 2011

 

De ritmes van Natascha Waeyen

Terug naar top

Eerst denk je nog aan een verdwaald vuurvliegje dat in het diepst van het perspectief buitelt in zijn eigen blauwpaarse gloed. Elke niets vermoedende automobilist, in het donker op weg naar Heythuysen in Midden-Limburg, moet zich later een lichte verbazing herinneren. Dat kan niet anders. In de verte lonkt licht in blauwe en purper tinten, als een nachtelijke fata morgana.
Ware het niet dat kunstenaar Natascha Waeyen al van verre beslag heeft gelegd op de zintuiglijke vermogens van het naderend verkeer. Daar waar de doorgaande weg overgaat in een rotonde, heeft de kunstenaar een wondermooie lichtpiramide gebouwd. Het kunstwerk van 245 gegalvaniseerde buizen, na zonsondergang feeëriek verlicht, trekt de omgeving aan zoals sterren stof en steengruis aantrekken.
Waeyens piramide verhoudt zich net zo natuurlijk en onnatuurlijk tot de omgeving als de piramides in het Dal der Koningen.
De hoeken buigen in een strakke lijn naar de wegen die hier uitkomen. Alsof de stroken asfalt hier transformeren in buizen en een opmaat vormen naar de top van de piramide waar ze verbonden worden en weer uiteen vloeien.

’s Avonds als de straatverlichting in werking gaat, worden de buizen aangestraald met licht. Elk seizoen ander licht. Overdag is de piramide vooral transparant en altijd daar om te communiceren met het naderende verkeer. De ruimtes tussen de buizen van de piramide verdichten zich zodra je er aan voorbij gaat. Zo beleef je een visuele ervaring van dichten en openen. De kunstenaar betrekt je in een zintuiglijk spel: dwingt je om de ruimte op te merken en maakt het onzichtbare zichtbaar. In zekere zin is de piramide van Heythuysen ook een metafoor voor haar kunstenaarschap. Zoals de wegen hier samenvloeien, zo komen ook de facetten van haar kunst hier voortreffelijk samen.

Dakdekkers, boekhouders, bouwvakkers. Dat is het familieachterland van Natascha Waeyen die werd geboren in Buggenum bij Roermond. Op jonge leeftijd ontdekte ze haar talent om te tekenen en op haar veertiende wist ze dat haar toekomst zou beginnen na de kunstacademie. Geen twijfel mogelijk. Ze was zeventien toen ze voor het eerst een voet zette over de drempel van de opleiding in Maastricht, zonder grote ambities overigens, zonder lichtende voorbeelden uit de kunstgeschiedenis of de actualiteit in het achterhoofd.
Na een jaar of vier formuleerde ze de grote vragen. Wat wordt het? Wat ga ik doen? Dát is van anderen; maar wat is van mij?
Daar zat ze dan eindelijk in haar atelier, te wachten tot het kunstenaarschap zou ontluiken.
Natascha Waeyen deed twee belangrijke ontdekkingen die haar goed op weg hielpen. Ze zou haar vrijheid niet laten inperken door lijsten, kaders, muren, grenzen. De sfeer die ze zou oproepen moest krachtig genoeg zijn om het ‘geijkte plaatje’ te overstijgen. ,,Het werk moet dóór kunnen in de ruimte”, formuleert ze nu ongetwijfeld wat krachtiger dan destijds.

Klee, Klein, Schoonhoven. Miró ook nog. Helpers. Ze hielpen haar een gevoel voor sfeer te ontsluiten, voor lijnen ook. Zolang een lijn maar nooit wordt getrokken om de sfeer in te perken, in te dammen, in te snoeren, zelfs maar binnen een kader te houden. Ook de piramide van Heythuysen is uiteindelijk een lijnenspel dat evenwel nergens suggereert dat het werk ergens eindigt.

De tweede ontdekking gold het tekenen. Ze borg haar potloden op en begon te tekenen met ijzerdraad. Om te ontsnappen aan de saaiheid, op zoek naar een subtielere en meer gelaagde vorm van uitdrukken. Door deze keuze kreeg haar werk onmiddellijk een ruimtelijkheid waaraan het tot dan toe had ontbroken en die voortreffelijk paste. Nu kon haar kunstenaarschap eerst echt een aanvang nemen.

Codes, ritmes, nummers. De kunstenaar werd altijd gefascineerd door onverbiddelijke wetmatigheden, structuren, bij voorkeur eindeloos herhaald. Je komt ze al tegen als je de natuur betreedt: de nerven in het blad, de rimpels in het water, de ringen in het hout, de sporen in de hoed van de paddenstoel, maar net zo goed de patronen in een spijkerbroek. Je zou denken dat de tot op de kiezel aangeharkte zentuinen haar bloed sneller zouden doen stromen, maar niets is minder waar. Het gaat haar om het ritme en niet om wat het ritme uiteindelijk zou kunnen veroorzaken. En ze maakt al helemaal geen kunst om een of ander religieus doel te heiligen. Een piramide is vorm, geen inhoud.

Al zoekende, al kijkende, al proevende, ontdekte ze de mogelijkheden van zoiets alledaags als volièregaas. Weerbarstig spul om naar je hand te zetten. En volmaakt genoeg voor de beoogde doeleinden: een kippenren of een afrastering.
Natascha Waeyen tracht zulk materiaal te de-materialiseren; door het te beroven van functionaliteit, door de aard van het spul te doorgronden, door het haar wil op te leggen. Zeer naarstig ging ze aan de slag met gaas van 0,8 bij 0,8 centimeter. Opgetogen door het ritme van hokjes staaldraad. Ze ‘tekende’ er de gebruikelijke vormen mee: vierkanten, cirkels, driehoeken, rechthoeken. Maar ook bolvormen, piramides, kubussen, stippen. Het werden op zichzelf staande kunstwerken, begenadigd met een eigen schaduw, een eigen licht, een eigen ruimte, een eigen ritme, een eigen doel, ontdaan van alle humbug.

Er ontstonden piramides van ijzerdraad, objecten bestaande uit talloze blokjes, eveneens van draad. Die in het Schotse Edinburgh, waar ze haar post-graduate in painting behaalde, werden herkend als Mondriaan-hokjes. Zal wel van doen hebben met het vlakke landschap en de rechtlijnige horizonten, veronderstelden ze daar. Waarna Waeyen iets diende op te merken over de aard van het landschap in zuidelijk Nederland. Met Mondriaan is ze nooit zo bezig geweest.

Het moet een diep moment voor haar zijn geweest toen de gedachte aan een dobbelsteen opborrelde. Een dobbelsteen heeft veel in zich dat de kunstenaar blij kan maken: eenduidige vorm, gelijke vlakken, getallen, ritme, herhaling, een eenvoudig principe, een katalysator voor toeval. Ze ging er naar eigen zeggen heel systematisch mee aan de slag. Door dobbelstenen te verkleinen en te vergroten, door ze een buitenkant en een binnenkant te geven, die te verbinden, door zoiets als restvormen aan de dobbelsteen toe te kennen, hun schaduw uit te lichten, door de ogen te isoleren, daar weer rasters van te maken.

De ogen keren terug in een werk getiteld MoNUment, bestaande uit een zogenaamde ritmische muurschildering en geluid dat door een draaiorgel wordt geproduceerd. Hier heeft Waeyen de tweeduizend jaren dat we onze dagen tellen verborgen achter codes en die achtereen gezet in een streng ritme, uitgetekend op een doek van liefst negen meter hoog en drie meter breed. Op het eerste oog je reinste braille, op het tweede oog een waanzinnig kunstwerk omdat het met de hand is gemaakt. Daardoor ontstaan oneffenheden die het doek een poëtische kwaliteit verlenen. Om het nog even bij braille te houden: Natascha Waeyen bedient zich niet van voor de hand liggende tekstuur. De ogen doen namelijk nog het meest denken aan het klankschrift van een draaiorgel. Zodanig dat de kunstenaar op het idee kwam haar codes daadwerkelijk te vertalen in een draaiorgelboek. Op het gevaar af dat mensen horendol dan wel knettergek zouden worden van haar debuut als componist, zette ze door en presenteerde een kakofonie van geluid dat uiteraard werd voortgebracht door een heus draaiorgel. ,,Net als de hele geschiedenis van de afgelopen twee millennia een mengelmoes van gebeurtenissen is”, waagt de kunstenaar op te merken. Nu ja, dan mogen we haar MoNUment als de soundtrack van tweeduizend jaar wereldgeschiedenis beschouwen, teruggebracht tot een handvol momenten.

 

   
   

 

,,Mijn werk is abstract noch figuratief”, zegt ze. ,,Het refereert aan alles om je heen.” Het geeft kortom rekenschap van de omgeving, van de ruimtelijkheid waarin het zich bevindt. De ruimte word je door de kunstenaar gewoon opgedrongen, ze dwingt je die anders te ervaren. Maar zoals ook licht en wind vrij spel hebben in de lichtpiramide zo heeft ook de blik van de passant veelal vrij spel in het werk van Natascha Waeyen. Of het nou om de lichtpiramide gaat, haar gaasobjecten gaat of om de vormen in ijzerdraad. ,,Dit is mijn ding, mijn werkelijkheid”, zegt ze daarover. ,,Als mensen daardoor anders kijken naar de dingen om hen heen, zou dat al heel mooi zijn. Als ze opmerkzamer door een bos lopen dan tevoren, opeens zien hoe de bomen in het gelid staan en dat het rivierwater de lucht raakt.”

Emile Hollman - maart 2008

Terug naar top